Ieder kind is er één
7 Ieder kind is er een
Elke leerling verdient goed onderwijs: de vlugge, langzame en gemiddelde. Onze school zorgt zo mogelijk voor onderwijs-op-maat, voor alle kinderen. We houden rekening met de mogelijkheden van sterke en zwakke leerlingen, door extra leerstof aan te bieden, of de leerstof aan te passen, wat eenvoudiger te maken.
7.1 HET LEERLINGVOLGSYSTEEM
De vorderingen van de leerling voor de leergebieden rekenen, taal en lezen worden nauwkeurig gevolgd met behulp van het leerlingvolgsysteem. Wij hanteren hiervoor het Cito-leerlingvolgsysteem.CITObiedt landelijk genormeerde toetsen. We kunnen daarmee de ontwikkeling van uw kind vergelijken met het landelijk gemiddelde. Ook kunnen we de resultaten van de groep of van de school afzetten tegen dat landelijk gemiddelde. Dat maakt het mogelijk conclusies te trekken over ons onderwijs en de daarbij gebruikte methodes.
De uitslag van de toetsen vertelt ons echter ook het een en ander over de kinderen, waarbij voor ons niet zozeer het resultaat telt. Door de toetsen komen we er, in korte tijd, achter waarop kinderen uitvallen, of -in andere woorden- wat kinderen nog niet goed beheersen. Vervolgens kunnen we daarmee aan de slag en kunnen we kinderen gericht helpen.
Om een compleet overzicht van alle resultaten en vorderingen van de kinderen te krijgen gebruiken we sinds een aantal maanden het systeem ParnasSys.
De resultaten van de toetsen worden door het team besproken, meer daarover leest u in 7.3.
In de groepen 1 en 2 worden de kinderen getoetst op het gebied van rekenen en taal. Daarnaast vinden uitgebreide observaties plaats.
In groep 3 t/m 8 toetsen we tweemaal per jaar de rekenvaardigheid, de leesvaardigheid en de spellingvaardigheid. Eenmaal per jaar worden de vaardigheden m.b.t. het begrijpend lezen getoetst. In groep 4 + 6 wordt de niet schoolse cognitieve capaciteiten test (NSCCT) afgenomen.
In groep 8 wordt de School Eind Onderzoek afgenomen.
Het leerlingvolgsysteem is voortdurend aan veranderingen en uitbreidingen onderhevig. In de loop van het schooljaar kunnen dus andere toetsen dan welke hier zijn beschreven worden afgenomen.
7.2 METHODEGEBONDEN TOETSEN
Behalve de toetsen behorend bij het Cito-leerlingvolgsysteem gebruiken we bij het volgen van de kinderen ook de toetsen die in de verschillende methoden beschikbaar zijn. De resultaten die daaruit voortvloeien kunnen aanleiding zijn tot extra begeleiding. Daarnaast kunnen deze methodegebonden toetsen ons extra informatie verschaffen die ons bij de interpretatie van de gegevens van het Cito-leerlingvolgsysteem van dienst kunnen zijn.
7.3 DE BESPREKINGEN
Zo spoedig mogelijk na het afnemen van de toetsen van het leerlingvolgsysteem worden de resultaten door de leerkracht en de intern begeleider besproken in groeps- en leerling-besprekingen. In een groepsbespreking bespreken we de resultaten van de gehele groep, in een leerling-bespreking gaat het om de leerling. In deze besprekingen, die worden bijgewoond door alle teamleden, wordt -als dat op grond van de toetsgegevens nodig lijkt- tot verdere actie besloten. Daarover leest u meer in het hoofdstuk 'Wikken en wegen'.
In een groeps- of leerling-bespreking kunnen overigens ook andere zaken die met een groep of een leerling te maken hebben aan de orde komen.
Van de leerling-bespreking wordt, als de toetsuitslagen of andere zaken dat nodig maken, verslag gedaan in het leerling-dossier. Dat zorgt er voor dat alle belangrijke zaken m.b.t. de kinderen niet worden vergeten. Het leerling-dossier is alleen voor leerkrachten toegankelijk zodat geheimhouding van de gegevens is gewaarborgd. Ook ouders hebben inzage in dit dossier.
7.4 DE INTERN BEGELEIDER
Op onze school is juf Ina Martens de intern begeleider. Dat houdt in dat zij speciaal is geschoold in het begeleiden van leerlingen met leerproblemen en in het opzetten van een systeem van leerlingenzorg in school. Zij bereidt o.a. de groeps- en leerling-besprekingen voor en treedt in overleg met leerkrachten wanneer zich problemen met kinderen voordoen. U leest daarover meer in het hoofdstuk 'Wikken en wegen'. Verder maakt de intern begeleider deel uit van het managementteam van de school en van de regionale beroepsgroep 'Interne begeleiding' binnen het Samenwerkingsverband 'De Brug' waarbinnen veel afspraken m.b.t. de zorg aan leerlingen worden gemaakt. Sinds vorig jaar is zij voorzitter van de werkgroep IB en lid van de Raad van Advies van het SWV de Brug. Tenslotte treedt zij ook op als contactpersoon tussen ons en de Schoolbegeleidingsdienst of de school voor speciaal basisonderwijs 'De Brug' te Zwolle wanneer er vragen of problemen zijn waarmee wij geen raad weten en heeft ze regelmatig contact met de schoolmaatschappelijk werkster. Tussen haar en de directie is regelmatig overleg.
7.5 SPECIALE AANDACHT VOOR GOED PRESTERENDE LEERLINGEN
Extra uitdaging in de eigen groep:
voor goed presterende leerlingen zijn er in de klas, naast de gewoon voor iedereen geldende leerstof, verrijkende en verdiepende taken en opdrachten aanwezig. Ze kunnen er zelfstandig aan werken. In de groepen is de aandacht voor goede presteerders duidelijk toegenomen. Met name op het gebied van taal en rekenen wordt de leerstof compact aangeboden, waardoor deze leerlingen ook kunnen werken aan voor hen uitdagende leerstof.
De plusgroep:
leerlingen die meer dan gemiddeld presteren en van wie aangetoond is dat ze over een bijzondere intelligentie beschikken, kunnen ook extra uitgedaagd worden in de zgn. plusgroep. De plusgroep bestaat uit een kleine groep leerlingen die eenmaal per week, onder schooltijd op maandagmiddag, bij elkaar komen onder leiding van een speciaal opgeleide leerkracht [juf Marcella Koele]. Deze kinderen hebben een andere manier van leren. Ze krijgen de lesstof daarom op een andere manier aangeboden. Een belangrijk doel van de plusgroep is ook het bevorderen van de sociaal/emotionele ontwikkeling van deze kinderen door o.a. de omgang met andere (hoog)begaafde leerlingen.
De plusgroep op de Nassauschool gaat na de herfstvakantie starten en is onderdeel van de vereniging De Akker, wat inhoudt dat ook kinderen van de andere scholen van de vereniging van de plusgroep gebruik kunnen maken.
De Nassauschool is een gelukkigHB gecertificeerde school, hetgeen betekent dat wij
gebruik maken van de werkwijze, materialen en expertise van GelukkigHB Nederland, zie hiervoor ook de website www.gelukkighb.nl.
7.6 SCHOOLARTS
In de zorg voor uw kinderen speelt ook de schoolarts een rol. Met haar is overleg wanneer er sociale, emotionele of medische problemen zijn. Wanneer u vragen hebt aan de schoolarts. dan kunt u met haar of de assistente contact opnemen. In het hoofdstuk 'De school en de adressen' staat hoe u dat kunt doen. Desgewenst kunnen we u daarbij behulpzaam zijn.
In groep 2 vindt het preventief gezondheidsonderzoek op vroegtijdige onderkenning van ontwikkelingsstoornissen, lichamelijke afwijkingen en aandacht voor opvoedkundige zaken door jeugdarts en jeugdartsassistente plaats. Ouders/verzorgers zijn hierbij aanwezig.
In groep 7 vindt het preventief verpleegkundig onderzoek door de jeugdverpleegkundige, gericht op sociaal emotionele ontwikkeling en vragen over de opvoeding plaats. Screening van de houding en de lengte. Ouders/verzorgers zijn hierbij aanwezig.
7.7 LOGOPEDIE
Ook de logopediste heeft een plaats in de zorg voor m.n. het jonge kind. Zij heeft daarbij aandacht voor de taalvaardigheid, de uitspraak, stem, vloeiendheid van spraak en mondgewoonten van de kinderen. Binnen de beperkte mogelijkheden kan soms tot een logopedische behandeling worden overgegaan, maar vaker zult u worden doorverwezen naar de particulier gevestigde logopediste met wie overigens in toenemende mate contact is. Ook met de logopediste kunt u contact opnemen. Zie daarvoor ook het hoofdstuk 'De school en de adressen'.
7.8 SCHOOLMAATSCHAPPELIJK WERK
Vanuit de gemeente maken we gebruik van het schoolmaatschappelijk werk. Iedere 6 tot 8 weken komt de schoolmaatschappelijk werkster [Wendy Klomp] op school. Zij heeft overleg met de intern begeleider. Regelmatig is bij het gesprek ook een leerkracht of ouders aanwezig.
7.9 VERINO
Sinds 1 september 2010 zijn de scholen van VPCPO De Akker aangesloten bij Verino: Verwijsindex Noordveluwe. Deze verwijsindex is in het leven geroepen om professionals die werken met kinderen en jongeren in staat te stellen informatie over kinderen die extra zorg nodig hebben met elkaar te delen. Zo kan de zorg beter worden gecoördineerd en afgestemd.
Vaak gebeurt het dat meerdere organisaties en hulpverleners zich tegelijkertijd met een kind bezighouden, maar dat ze niet van elkaar weten dat ze met hetzelfde kind te maken hebben. Daardoor kan het gebeuren dat professionals in de zorg en het onderwijs over te weinig informatie beschikken en dat ze de informatie niet altijd met elkaar delen. Door gebruik te maken van de verwijsindex kunnen alle betrokken begeleiders en hulpverleners in een oogopslag zien wie contact heeft met het kind.
De verwijsindex is een digitaal systeem waarin signalen over kinderen en jongeren in de leeftijd van 0 tot 23 jaar worden opgeslagen. Wanneer meerdere professionals een signaal over hetzelfde kind geven, brengt de verwijsindex hen hiervan actief op de hoogte. Ze kunnen dan contact met elkaar opnemen, informatie uitwisselen en afspraken maken. Het kind of de jongere en de ouders/verzorgers worden hiervan op de hoogte gesteld.
Het is belangrijk dat u er op kunt vertrouwen dat met de gegevens in de verwijsindex zorgvuldig wordt omgegaan. Daarom is er een aantal maatregelen genomen dat er voor zorgt dat er op een zorgvuldige manier met de persoonsgegevens wordt omgegaan. In de verwijsindex worden uitsluitend algemene persoonsgegevens (naam, adres, geslacht en geboortedatum) opgeslagen. Er worden geen gegevens over de situatie zelf opgeslagen. Een melding in de verwijsindex gebeurt altijd met een kennisgeving aan u als ouder/verzorger of aan de jongere zelf, behalve wanneer dit niet in het belang is van het kind of de jongere.
Voor de scholen van De Akker geldt dat de directeuren en de intern begeleiders als contactpersoon bij Verino zijn aangemeld. Ze hebben daartoe een training gevolgd.
Voor de Koldewijnschoele geldt een soortgelijke regeling voor de leerlingen die in de provincie Overijssel wonen.