Wikken en wegen
8 Wikken en wegen
In dit hoofdstuk gaan we nader in op de werkwijze die we hanteren wanneer er beslissingen m.b.t. de kinderen moeten worden genomen. Dat kan zijn op grond van de resultaten van de toetsen van het leerlingvolgsysteem, maar ook wanneer een school voor voortgezet onderwijs moet worden gekozen. Ook geven we in dit hoofdstuk aandacht aan de resultaten van ons onderwijs.
8.1 EXTRA BEGELEIDING
Soms kan het gebeuren dat de observaties van de leerkrachten, de resultaten van de toetsen, het gedrag van het kind of de prestaties in de klas aanleiding geven om extra maatregelen te nemen. Wellicht dat uw kind dan extra begeleiding nodig heeft. In overleg met de intern begeleider en soms de logopediste, die daarvoor speciaal geschoold zijn, worden speciale leerstof en taken uitgezocht. Ook wordt soms de hulp ingeroepen van een deskundige van het Expertisecentrum De Brug (8.4). We spreken dan van collegiale consultatie. Er wordt dan een handelingsplan opgesteld, waarin alle extra activiteiten en de gemaakte afspraken vermeld staan. U wordt daarvan uiteraard op de hoogte gesteld. Ook kan de extra hulp in de eigen groep door de groepsleerkracht worden gegeven. In de periodieke leerling-besprekingen worden de resultaten van deze extra begeleiding besproken en zonodig bijgesteld.
8.2 ZITTENBLIJVEN
Af en toe komen we tot de conclusie dat alle extra begeleiding onvoldoende effect heeft. We nemen dan -uiteraard in samenspraak met de ouders- het besluit om een kind een jaar over te laten doen. Het gebeurt vooral als een kind op alle punten, ook sociaal en emotioneel, achter blijft bij de meeste groepsgenootjes. Doel van het zittenblijven is dat het kind de leerstof beter leert beheersen, maar ook sociaal en emotioneel beter in staat is daarna de basisschool gewoon af te maken.
Soms is het mogelijk, maar dat is geheel afhankelijk van het kind, het onderwijsprogramma deels aan te passen. Een kind doet dan de groep over, maar volgt b.v. wel het rekenprogramma van de volgende groep.
We vinden het belangrijk zo vroeg mogelijk te herkennen welke kinderen meer tijd nodig hebben dan andere. Vandaar dat het nogal eens voorkomt dat kinderen in groep 1 of 2 een jaartje langer blijven. Ook in groep 3 en 4 komt het soms voor dat een kind het een jaar overdoet. Vanaf groep 5 gebeurt dat in principe niet meer.
8.3 VOORWAARDELIJKE OVERGANG
Naast de hiervoor genoemde mogelijkheden maken we soms gebruik van een derde mogelijkheid: de voorwaardelijke overgang.
Een voorwaardelijke overgang houdt in dat de leerling doorgaat naar de volgende groep, maar dat in de eerste weken na de zomervakantie wordt bezien of de leerling het programma in de volgende groep op voldoende niveau kan volgen èn zich daarbij goed voelt (sociaal-emotioneel). Zo'n voorwaardelijke overgang gebeurt altijd in overleg met de ouders, al voor de zomervakantie wordt dit uitvoerig met de ouders besproken.
Na de zomervakantie kan het dan dus gebeuren dat na enkele weken blijkt dat het niet gaat in de nieuwe groep. Dat wordt niet uit de losse pols bepaald, maar gebeurt op basis van onderzoek van het geleverde werk en observaties. Wanneer het niet gaat, wordt in de leerling-bespreking alsnog besloten de leerling terug te plaatsen. Dat gebeurt niet van de een op de andere dag, maar ook weer in overleg met de ouders èn op een geleidelijke manier. Dat laatste noemen we 'terugweven': de leerling draait dan 's morgens nog met de eigen groep mee, 's middags met de toekomstige groep. Na een van te voren met de ouders afgesproken periode gebeurt de definitieve terugplaatsing.
8.4 TWEEDE LEERWEG
Het komt ook voor dat de extra begeleiding onvoldoende helpt en dat we verwachten dat een jaar overdoen ook niet helpt. In deze situaties maken we de afspraak, na overleg met deskundigen, dat een kind voor een bepaald vak met een aangepast programma gaat werken. We noemen dat de 'tweede leerweg'. Het haalt dan op dat gebied niet het eindniveau van de basisschool. Ook dit gebeurt in nauw overleg met de ouders.
Het kan ook voorkomen dat het juist heel goed gaat met een kind en dat blijkt dat een kind meer stof nodig heeft! Ook dan wordt een 'tweede leerweg' ontwikkeld, waarbij moeilijker stof wordt aangeboden dan de andere kinderen doen.
8.5 ALS HET ECHT NIET MEER GAAT
Soms verwijzen we een kind naar een school voor Speciaal Basis Onderwijs (SBO) of Speciaal Onderwijs (SO). Aan zo'n verwijzing is een heel proces voorafgegaan. Eerst hebben we dan zelf hulp geboden. Wanneer dit onvoldoende effect heeft roepen we de hulp in van het Expertise Centrum De Brug van ons Samenwerkingsverband (SWV ) De Brug te Zwolle. Een medewerker van het SWV De Brug neemt dan een uitgebreide test af. Aan de hand van de uitslag van de test wordt besproken wat voor het kind de beste mogelijkheden zijn op Nassauschool of dat een verwijzing naar een school voor SBO of SO meer voor de hand ligt. Wanneer het kind op de Nassauschool blijft, is het meestal noodzakelijk het lesprogramma aan te passen. De gang van zaken rond zo'n proces wordt nauwkeurig gevolgd door de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL) van het SWV De Brug. Basisscholen kunnen nooit op eigen houtje een verwijzing doen. Vanzelfsprekend gebeurt dit in goed overleg met de ouders, waarbij we u zo vroeg mogelijk proberen in te lichten. Ons streven is om zoveel mogelijk leerlingen met een speciale onderwijsbehoefte op de Nassauschool te houden. Leerkrachten en intern begeleider hebben zich geprofessionaliseerd om ook leerlingen met een speciale onderwijsbehoefte op onze school goed te kunnen begeleiden.
8.6 DE PERMANENTE COMMISSIE LEERLINGENZORG
U kwam deze commissie al eerder tegen: de Permanente Commissie Leerlingenzorg. Deze commissie, werkend binnen het Samenwerkingsverband 'De Brug' vervult een belangrijke rol m.b.t. de zorg die aan kinderen wordt verleend. Wanneer wij er niet meer 'uitkomen' met een kind wordt, na overleg en alleen met toestemming van de ouders, het kind volgens een vaste procedure bij de commissie aangemeld. De commissie adviseert vervolgens de ouders en ons over de verder te ondernemen stappen. De commissie bewaakt ook het traject dat gevolgd wordt, en kan uiteindelijk een plaatsing op een school voor speciaal basisonderwijs adviseren. Toelating tot een dergelijke school kan nooit zonder toestemming van de commissie. Overigens kan de commissie ook adviseren een andere basisschool te kiezen.
Wanneer u zelf een plaatsing op een school voor Speciaal Basisonderwijs wenst en de commissie besluit tot een afwijzing, is er sprake van een probleem. In deze gevallen kunt u zich wenden tot de Regionale Verwijzings Commissie waarbij u in beroep kunt gaan. De uitspraak van deze commissie is bindend.
Het is voor ouders ook mogelijk zonder tussenkomst van de basisschool hun kind aan te melden bij de commissie leerlingenzorg. In het hoofdstuk 'De school en de adressen' kunt u lezen hoe u in contact met de commissie kan treden.
8.7 TERUG NAAR DE BASISSCHOOL
Het komt gelukkig ook voor dat kinderen uit het speciaal basisonderwijs weer worden teruggeplaatst naar de 'gewone' basisschool! Het streven van de overheid is immers alleen dié kinderen op het speciaal basisonderwijs te plaatsen en te houden die niet op een 'gewone' basisschool terecht kunnen. Een terugplaatsing gebeurt in nauw overleg met de ouders en wordt begeleid door de school die de kinderen terugplaatst, meestal 'De Brug' uit Zwolle.
8.8 DE LEERLINGEBONDEN FINANCIERING
Met ingang van 1 augustus 2003 is de wet van de leerling-gebonden financiering ingegaan. Dit betekent dat ouders/verzorgers van een zoon of dochter met een handicap de keus kunnen maken om hun zoon of dochter aan te melden bij een reguliere basisschool (zoals de Nassauschool) of een speciale basisschool en geen gebruik maken van de school voor Speciaal Onderwijs die valt onder de Wet op de Expertise Centra.
In principe staat onze school positief tegenover de integratie van kinderen met handicap in het regulier onderwijs. Maar onze school moet ook in staat zijn om de zorg die deze groep leerlingen vraagt, te kunnen bieden en wij weten dat wij dat niet in alle gevallen adequaat kunnen. Om in dergelijke situaties te komen tot een zorgvuldige afweging, die recht doet aan de leerling, aan u als ouders en aan de school hebben wij een protocol opgesteld, waarin de procedure van plaatsing en de toetsing beschreven is.
Wanneer u als ouders overweegt uw zoon of dochter, die een indicatie heeft voor leerling-gebonden financiering aan te melden voor onze school, kunt u dit protocol opvragen bij de directie van de school.
8.9 ZORGPLAN
In het zorgplan van het Samenwerkingsverband 'De Brug' staan de afspraken beschreven die de scholen met elkaar hebben gemaakt om er voor te zorgen dat zo min mogelijk kinderen naar een school voor speciaal basisonderwijs worden verwezen. Iedere school, dus ook de onze, is voor het nakomen van deze afspraken verantwoordelijk en dient haar beleid dus af te stemmen op het zorgplan. Op onze school heeft dat concreet geleid tot de volgende activiteiten:
- ambulante begeleiding (8.4)
- omgaan met verschillen (6, 8.1, 8.2, 8.3 en 8.4)
- het gebruik van een leerlingvolgsysteem (7.1)
- interne begeleidingsstructuur (7.3, 7.4)
- collegiale consultatie (8.1)
- nascholing (2.7)
- inrichting van een orthotheek (8.1)
- deelname aan netwerken en werkgroepen (7.4)
- overleg met de Permanente Commissie Leerlingenzorg (8.5)
De komende jaren zullen de activiteiten toenemen, zowel in aantal als in intensiteit. Het volledige zorgplan kunt u inzien op www.swvdebrug.nl
De Nassauschool beschikt over een zorgdocument, hierin staat de gehele zorgstructuur van de school beschreven. Dit zorgdocument is in te zien bij de IB-er.
8.10 NAAR HET VOORTGEZET ONDERWIJS
Een keer breekt het moment aan dat uw zoon of dochter de overstap naar het voortgezet onderwijs moet maken. Wij vinden het onze taak u daarin behulpzaam te zijn. Daarom organiseren we begin januari een voorlichtingsavond waar we aandacht schenken aan het voortgezet onderwijs en aan het School eindonderzoek, SEO. Dit onderzoek heeft de plaats ingenomen van de Cito-toets die we voorheen hanteerden. Deze toets gaat breder dan alleen de kennis die door de Cito-toets wordt getoetst. Op die manier zijn we nog beter in staat om tot een gedegen advies voor de schoolkeuze van een leerling te komen.
Het komt maar zelden voor dat het advies van de school afwijkt van de verwachting van de ouders en kind. Is dat wel het geval, dan hebt u het recht af te wijken van het gegeven advies. Overigens hebben ook scholen voor voortgezet onderwijs het recht om leerlingen die niet aan de gestelde norm voldoen, te weigeren. Ook dit komt gelukkig weinig voor: in goed overleg en samenspel tussen ouders en school wordt vrijwel altijd een goede keus gemaakt.
8.11 HET ONDERWIJSKUNDIG RAPPORT
Het onderwijskundig rapport is een ander rapport dan waarvan in hoofdstuk 6.5 sprake is. Een onderwijskundig rapport wordt verstrekt wanneer uw kind de school verlaat, we zijn daartoe verplicht. Dat kan tussentijds zijn, b.v. bij een verhuizing, of aan het eind van groep 8. Het onderwijskundig rapport is bedoeld voor de ontvangende school, d.w.z. de school die uw kind zal gaan bezoeken. Uiteraard hebt u inzage in dat rapport. Het rapport is bedoeld om de overstap naar de volgende school te vergemakkelijken.
8.12 DE RESULTATEN VAN ONS ONDERWIJS
Basisscholen hebben er over het algemeen veel moeite mee de schoolprestaties van hun leerlingen te vermelden. Cijfers en getallen kunnen namelijk een sterk eenzijdig beeld opleveren. Bovendien is het zo dat niet alles in opvoeding en onderwijs in cijfers en getallen valt vast te leggen. In het hoofdstuk 'Daar werken we voor' hebt u onze doelstellingen gelezen: daar zijn erbij waarvan de resultaten niet in cijfers vallen weer te geven.
We streven er naar om als school de kwaliteit van ons onderwijs -en daarmee de resultaten- te verhogen. Het kind, met zijn wel en niet aanwezige gaven en talenten, blijft echter het uitgangspunt voor ons onderwijs.
Om u een idee te geven wat de uiteindelijke resultaten zijn, treft u in onderstaand overzicht de schooltypes aan waarnaar de leerlingen van groep 8 aan het eind van het schooljaar 2010-2011 zijn vertrokken.
|
|
Schooltype
|
Aantal
|
Percentage
|
|
|
|
VMBO Gemengd/theoretische leerweg
|
2
|
14 %
|
|
|
|
VMBO Basis/kaderberoepsgerichte leerweg
|
1
|
7 %
|
|
|
|
Theoretisch/HAVO
|
6
|
42 %
|
|
|
|
VWO/HAVO
|
3
|
21 %
|
|
|
|
VWO
|
2
|
14 %
|
|